Dit is leuker dan spelletjes doen met bejaarden

20 april 2010 door gastschrijver

Ik ben Yvette (15), ik heb de afgelopen 6 weken mijn maatschappelijke stage gelopen in Het Dolhuys.

Ik vond het persoonlijk een heel erg leerzame en interessante stage.

De eerste week hebben we een rondleiding door het museum gekregen om te kijken waar alles is en hoe je er kan komen. Dat vond ik wel interessant ook al was ik al een paar keer in Het Dolhuys; nu hoorde ik toch weer nieuwe dingen.

De tweede week hebben we vragen moeten beantwoorden, bijvoorbeeld over het verhaal in de Dolcel: wat doet dat met je? Dat was ook leuk want dan loop je in je eentje in Het Dolhuys, en dan zie je dingen toch wel weer anders dan als je met een begeleider loopt. Daarna moesten we dat allemaal uitwerken op de computer.

De derde week moesten we ’s avonds helpen bij de 43e april. Eerst eten serveren in het restaurant, waarbij we met mensen contact moesten maken. In de keuken desserts klaarmaken en natuurlijk weer afruimen. Na het helpen in het restaurant gingen we door de zaal lopen met microfoons, en als mensen een vraag hadden tijdens de lezing van Mike Boddé moesten wij met de microfoon naar hun toe lopen en de microfoon geven.

De vierde week hebben we in het creatief atelier een collage gemaakt over onszelf. In het creatief atelier komen allemaal verschillende mensen de meeste mensen die daar zitten hebben zelf ervaring met de psychiatrische zorg, wij hadden de collage gemaakt met allemaal plaatjes uit tijdschriften. Daarna gingen we een soort quiz maken in het museum.

De vijfde week moesten we bezoekers interviewen voor het publieksonderzoek. We vroegen wat zij van het museum vonden, wat voor cijfer zij het museum geven en of zij al eens eerder in Het Dolhuys waren geweest. Dat vond ik heel leerzaam want je krijgt al ervaring over interviewen en over hoe je mensen moet benaderen en hoe mensen er op reageren. En later uitwerken op de computer in Excel.

In de zesde week hebben we nog meer mensen geïnterviewd en weer uitgewerkt op de computer en dit blog geschreven. Ik vond de stage in Het Dolhuys erg leuk, ik denk dat wij ( Sophie, Hellela en ik) wel de leukste stage hadden die je kon kiezen. Wij hadden niet zo als iedereen mensen eten geven en spelletjes spelen met of kinderen of bejaarden. Wij hadden veel verschillende dingen die we moesten doen en veel dingen geleerd en gehoord.

Yvette Hoenderdos

Tik van de molen of …

15 april 2010 door Marcel

Ik liep een paar dagen geleden een steile trap op in het museum. Het was de trap in de Kastenkamer die naar een kleine tussenverdieping leidt. Ik telde de treden; het waren er 13.
Deze steile trap in de Kastenkamer lijkt erg veel op een molentrap. Ik heb jaren lang gewoond en gewerkt in een grote 8 verdiepingen tellende windkorenmolen met vanzelfsprekend veel trappen en ik kan mij herinneren dat ik daar ook vaak de treden telde.
Waarom telde ik toentertijd de treden? Tik van de molen? Zoeken naar ritme, naar kadans bij de zoveelste krachtinspanning om met een baal meel zo’n trap te beklimmen? Hoe dan ook, nu in 2010 tel ik dus nog steeds treden.

Er komt een herinnering bij me boven; of moet ik zeggen ‘beneden’? Veel van mijn herinneringen zitten diep weggeborgen. In mijn bovenkamer ga ik dan ook maar een treetje naar beneden.
Als ik een trap bestijg, tel ik de hoeveelheid omhooggaande bewegingen van mijn benen. Ik tel dus eigenlijk de keren dat ik een voet optil en neerzet. Bouwkundig gesproken tel ik de optreden.
Als ik een trap afga, tel ik de aantreden, het deel van de trap waar ik mijn voet op zet.
Lang geleden heb ik blijkbaar met mijzelf afgesproken dat ik de laatste stap op de grond niet meetel , omdat ik de vloer niet als traptrede beschouw. Maar met deze bijzondere manier van tellen is de opgaande telling altijd 1 tel meer dan de neergaande telling. Da’s raar, dat klopt niet en toch berust ik al decennia lang in deze innerlijke discrepantie…

Het museumcomplex bestaat uit veel verschillende bouwdelen, die in de afgelopen eeuwen aan elkaar zijn gekoppeld. Je kunt nu, in 2010, trappen bestijgen, over zolders lopen en elders in het museumcomplex, via andere trappen weer afdalen. Zouden de trappen aan de ene zijde van het gebouw evenveel treden hebben als de trappen aan de andere zijde van het gebouw? Interessant om eens uit te zoeken denk ik. Belachelijk, denk ik direct daarna; Marcel, ga je eens even nuttig maken en je bezig houden met echt wereldse zaken.
De gedachte heeft zich echter genesteld in mijn bovenkamer en als ik al een trede zie in het Dolhuys stel ik mijzelf opnieuw de vraag. Ik geef mij over aan dit (totaal nutteloze?) onderzoek en begin te tellen. Vanuit de blauwe gang ga ik de trap op richting kantoren . 24 treden omhoog, 4 treden naar beneden (eigenlijk 5) en nog eens 13 treden omhoog en ik sta op de Loopershuyszolder. Totaal tel ik 32 treden omhoog.
Via de Zorgzaalzolder ga ik naar beneden; eerst 2 treetjes omhoog, dan 32 treden (eigenlijk 33) naar beneden. Totaal 31 treden. He, er zit een verschil in van 1 tree. Hoe kan dit? Zijn de treehoogtes zodanig verschillend van maat, dat dit 1 tree scheelt? Of staan de gebouwen scheef, waardoor je aan een zijde van het pand een tree extra nodig hebt? Of loopt de grond, waarop het Dolhuys is gebouwd op of af in een lichte helling? Opnieuw bruist en borrelt het in mijn bovenkamer. Verder onderzoek is nodig!!

Ik sta op de stoep van de Schotersingel voor de ingang van het museum. Ik loop buitenom, via het Dodenlaantje richting café. Aangekomen bij het terras heb ik geconstateerd dat ik op deze route geen enkele opstap of verhoging ben tegengekomen.
Nu ga ik binnendoor terug via het café, de receptie richting stoep. Eerst neem ik 3 treden om het café binnen te kunnen komen. Bij de doorgang van café naar museum is een stalen hellingplaat aangebracht die ik reken als 1 tree naar beneden. Via de test-je-zelf ruimte en zorgzaal kom ik bij de lockers en ook daar ligt een stalen hellingplaat die ik beschouw als 1 tree. Ik ben verder geen niveauverschillen meer tegengekomen als ik weer terug ben op de stoep voor de ingang van het museum. Opgeteld en afgetrokken (3 min 1, min 1) kom ik uit op 1 treehoogte verschil tussen voor en achterzijde van het complex, terwijl je deze ene tree niet tegenkomt als je buitenom loopt. Hmm, interessant! Interessant ?? Wat kan ik eigenlijk met deze informatie?

Ik kan mijn onderzoek, mijn tellingen, verder uitbreiden; via de Kastenkamer naar de Loopershuyszolder en deze telling vergelijken met de telling als ik via de kantoren boven de receptie/winkel weer naar beneden afdaal.
Maar……………. is het niet eens verstandig als ik al deze gedachten deel met iemand, zodat er tegen mij gezegd kan worden; “Marcel, ga eens even zitten. We moeten eens even samen praten……..hoe voel je je? Gaat het wel goed met je?”

Heeft dit alles zin?
Het heeft zin denk ik, als het wat oplevert. Maar wat kan het opleveren? Plezier misschien? Of geld? Of beide!
Alle traptreden van het Dolhuys opgeteld zijn het er 268 (inclusief de sporten van de laddertjes in de kapeltoren) .

Wie houdt mij tegen? Wie zegt nu tegen me: “Marcel, hou op met tellen!!!….. “

Gemiddeld is een optrede 19 cm (=hoogte van een tree). 19 cm x 268 treden = 51 meter. Dat is een torenflat van 17 verdiepingen. Daar kunnen we een spannende activiteit omheen organiseren, toch ?
Hardlopen is booming. Dus naast de Trosloop, City-pier-cityloop, etc., etc. , is er vast behoefte aan meer, aan anders. Ja, wij gaan de indoor –doldwaze-dolhuystrappenloop organiseren. Ik zie het fraaie parcours al voor me: kruislings door het museum en over de zolders, schoenen uit in de regentengang, trappetje op, checkpoint in de regentenkamer, via andere trappetje er weer uit, lunchpakketje ophalen in de kelder onder de Kastenkamer, via de Parkzaal, door de binnentuin, door het Kreatief Atelier, en ga zo maar door………..
En binnenkort een uitbreiding richting Bovenkamer. Klunend over het terras zullen de indoor-lopers nog een parcoursje kunnen lopen van 47 treden.
47? Hoe heb ik de treden geteld, opgaand of neergaand? Het zijn 4 trappen, dus kunnen het ook 43 treden zijn. Dit vraagt om nader onderzoek…………………

Marcel

Semiotiek in Het Dolhuys

7 april 2010 door Judith

Het duizelde me een beetje, toen ik vorige week begon met werken. Als student van de Reinwardt Academie, een hbo opleiding Cultureel Erfgoed, ging ik ’s ochtends eerst naar Het Dolhuys. Tijdens deze excursie moesten we de vaste tentoonstelling van het museum analyseren, aan de hand van de in de colleges behandelde theorieën. Denk hierbij aan begrippen als constructivisme, museummoeheid en de behoeftepiramide van Maslov.
Eerst gingen we in groepjes op pad, om zo voorbeelden te zoeken bij elke theorie (een per groep). Wij hadden het onderwerp semiotiek gekregen, ook wel tekenleer genoemd. Deze theorie gaat over het gebruik van symbolen en beeldtaal. Maar ook de gewone taal valt hieronder. Want wij snappen met z’n allen alleen dat paard een groot dier is met vier benen omdat we dat hebben afgesproken. Net zoals dat niet geldt voor de lettercombinatie praad.
Eigenlijk zit Het Dolhuys vol met voorbeelden van semiotiek, om te beginnen met het gebouw. Het feit dat het museum vroeger daadwerkelijk een plek was waar dollen en gekken zaten, draagt bij aan de betekenis van de verhalen die verteld worden. Maar ook de hierboven genoemde taalsemiotiek komt herhaaldelijk terug in de tentoonstelling. Het woord gek betekent hier automatisch al iets anders dan dat het buiten op straat doet. En juist dat wil het museum ook benadrukken. Want wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat iets niet normaal is?
Nadat we met ons groepje nog veel meer voorbeelden hadden gevonden kwamen we weer bij elkaar en werden we vervolgens weer opgesplitst. Nu op zo’n manier dat verschillende theorieën samen een nieuwe groep vormden. Vervolgens gingen we elkaar rondleiden door het museum.
Het werd een intensieve maar ongelofelijk interessante tocht door Het Dolhuys. En hoewel ik al wist dat het een ontzettend bijzonder museum was, werd ik nu door mijn klasgenoten nog ’s met mijn neus op de feiten gedrukt. Want niet alleen maakt het museum zeer doeltreffend gebruik van semiotiek, ook geeft het de bezoeker de ruimte om zelf alle informatie tot zich te nemen en te verwerken (constructivisme). En daarnaast is het zo dat het museum weliswaar een vaste route heeft, maar in de zalen zelf ontbreekt dat. Dit stimuleert je weer om in een zelfgekozen volgorde datgene te bekijken wat jij interessant vindt.

Ik had graag nog wat rondjes meegelopen met de andere groepen die later die dag het museum zouden analyseren en zo het museum weer vanuit andere theorieën bekeken, maar de plicht riep en met mijn hoofd nog vol met interessante voorbeelden, ging ik naar boven. Wat fijn om hier te werken.

Jennifer Aniston en Geesten zien

1 april 2010 door Dimitry

Ik moet eerlijk zeggen dat ik Rachel van Friends altijd al de leukste vond van de hele bunch. Nu blijkt dat er mogelijk één hersencel in mijn hoofd is die helemaal aan haar gewijd is. Ik weet niet meer waar, maar ik las het onlangs en het was voer voor uitgebreide discussie bij onze gezamenlijke maandag lunch. Uit een onderzoek bij een groep epilepsie patiënten bleek dat bij een paar van deze patiënten er slechts één breincel oplichtte wanneer er een foto van haar werd getoond. Het kwam zelfs voor dat het opschrijven van een naam al voldoende was om de breincel op te laten lichten. Er waren overigens ook Halle Barry breincellen en Pamela Anderson breincellen. Ergens bekruipt me wel een gevoel van weemoed dat zij wel mijn breincellen gekaapt hebben (al is het er maar één) maar dat ik nooit één van hun 100.000.000.000.000 breincellen zal kapen. Ach ja, de wondere wereld van het Brein. Misschien kan ik dus inderdaad wel herinneringen wissen zoals in “Eternal Sunshine of the Spotless mind”. Hoeveel cellen zouden er totaal gewijd zijn aan mijn lief of aan mijn kinderen…?

Het vreemde is hoe meer ik aan Jennifer Aniston denk . . . hoe meer herinneringen ik krijg . . . maar ik denk dat ik toch niet op meer dan een stuk of tien flarden kom. Terwijl kijken naar de zoveelste herhaling van Friends, ik de grappen bijna wel kan dromen.

Naast breincellen hebben we in Het Dolhuys ook dolcellen (ja een leukere brug kon ik niet maken om richting de 400 woorden te komen). Deze isoleercellen hebben een hoop leed gekend. Dwazen werden in de cellen gegooid en ter vermaak aan het volk getoond. Al dat leed is hier in de muren gaan zitten. Heel soms horen medewerkers wel eens gekraak, voetstappen of gehijg in de gangen . . . en dat is dan niet van een bejaarde conservator. Nee, het zijn onnatuurlijke verschijnselen.

Maar ook daar zien we wel een verklaring voor in het brein. Het brein is in staat om herinneringen te hebben maar ook om beelden te maken en geluiden te horen die er niet zijn. Deze hallucinaties worden in de psychiatrie vaak als ziektebeeld beschouwd. En eerlijk gezegd denk ik ook dat je er aardig last van kan hebben. Toch is er ook een groep mensen die deze hallucinaties als een waardevolle aanvulling op hun leven ziet. Misschien hebben de stemmen wel iets nuttigs te vertellen, zie jezelf als (paranomaal) begaafd of heb je er gewoon geen last van. Voor de mensen die het niet als een ziekte willen zien maar er toch wel eens met anderen over willen praten is er de website www.stemmenhoren.nl.

En weet je wat het gekke is . . . als ik aan Jennifer Aniston denk . . . zie ik haar niet alleen voor me . . . maar als ik wil kan ik me ook haar stem herinneren. Ik creëer mijn eigen geestverschijning in mijn brein.

Meer over Jennifer Aniston Breincel: http://tinyurl.com/yl5v4fq

Aantal neuronen dat we hebben: http://tinyurl.com/ykagssw

Eternal Sunshine of the Spotless mind: http://www.imdb.com/title/tt0338013/

INSPIRATIE VANUIT GENT

24 maart 2010 door Hans Looijen

Vorige week was ik in Gent. Al sinds 1986 is daar het museum Dr. Guislain geopend. Samen met andere musea en een collectie instelling, allemaal over de psychiatrie, participeert Het Dolhuys in een Europees project. Met steun van de EU wisselen we ervaringen en expertise uit. Niet zo lang geleden was een deel van deze club in Het Dolhuys, wij hebben hen gevraagd mee te denken over de tentoonstelling ‘Dossier Van Gogh’ die we in augustus dit jaar openen over de visies op Van Gogh en zijn geestestoestand. Daar kwam voor mij, heel onverwachts, uit dat één van de deelnemers een hele mooie ets van Van Gogh in de collectie heeft, en een deel van de collectie van dr. Gachet blijkt te bezitten. Zo zie je maar waar internationale contacten goed voor zijn!

Daar zaten we dan om de tafel met collega’s uit Denemarken, Duitsland, Engeland, België en Nederland. Het was voor mij een hele drukke week geweest, eigenlijk was dit bezoek nogal lastig in te passen in mijn agenda. Ik was benieuwd naar de onderwerpen, in de hoop dat twee dagen internationaal vergaderen niet alleen een beleefde wisseling van ervaringen zou worden. Zo gingen we van start, met een stapel stukken en verslagen, want EU projecten moeten zeer goed gedocumenteerd worden.
Na een kleine, inleidende ronde kwamen we op stoom. Niet alleen rolden al gauw goede voorstellen voor inhoudelijk bijdragen over tafel, ook hadden we tijd voor elkaars vragen. Dan zie je toch grote verschillen tussen de deelnemende organisaties. Een club maakte zich zorgen over beeldrecht en vroeg hoe je digitaal bestanden moet opslaan, dus heel basic. Van hier uit kwamen we op een algemeen probleem, het portretrecht en het openbaar maken van afbeeldingen vanuit onze beeldcollecties. Dat is iets wat ons allemaal aangaat.

Inmiddels ben ik er nog wat verder ingedoken. Er zijn wel enige richtlijnen voor de hele EU, maar die lossen de mogelijk auteurskwesties niet op voor musea voor de ‘verweesde beelden’, beelden waar de rechthebbenden niet van kunnen worden achterhaald. En dan nog de kwestie dat mensen die wel toestemming hebben gegeven elke keer opnieuw moeten worden gevraagd om goedkeuring wanneer dat beeld ergens anders voor wordt gebruikt. Dus wanneer iemand een foto maakt van een beeld in een van onze musea en dat weer openbaar maakt. We hebben besloten om te werken aan een gemeenschappelijke code voor de omgang met beeld. Dat krijgt dus nog een aardig vervolg.

In het tweede deel van de dag konden we ook de tentoonstelling ‘Uit het geheugen’ bekijken. Een mix van historische collectie en hedendaagse kunst over kennis, leren, weten en vergeten. Veelomvattend, boeiend en ook weer op de typische Gueslain, of misschien wel Vlaamse manier gedaan. Met aandacht voor de werkelijkheid, poëtische invalshoeken en reflectie.
Eén werk, een schilderij, trof me bijzonder. Het is een portret van Van Gogh van de Zuid-Koreaanse kunstenaar Changwon Lee, opgebouwd uit latjes die aan de bovenkant beschilderd zijn, door de reflectie op een lege achterwand ontstaat een overbekend portret van Van Gogh. Als dat niet een visie is op Van Gogh… Zo leidt ook deze ontmoeting weer tot een waardevolle ontdekking, en daarmee is maar weer eens aangetoond hoe belangrijk het is om veel te zien en zo verrast te worden. Daar moet je tijd voor blijven maken. De tweede dag vervolgden we de idee uitwisseling, voor een internationaal symposium, een samenwerkingsproject rond collecties, bijdragen aan elkaars tentoonstellingen, van kennis tot collectie. Het bruist en borrelt van de positieve energie, we besluiten onze bijeenkomst met het gevoel echte uitwisseling tot stand te hebben gebracht. Een glas wijn ter afsluiting beklinkt dat gevoel.
Vanuit deze mooi contacten ontstaat steeds meer, ik zou wel durven stellen dat Het Dolhuys er steeds meer, krachtige, interessante en ons versterkende partners, nee, beter nog vrienden, bij heeft.

‘s Avonds loop ik nog even door Gent, wat is het toch een mooie stad, de studenten van de universiteit genieten, net als ik, van het eerste lenteweer. Joi de vivre. Nog nagenietend begin ik aan de terugreis, geïnspireerd voor Het Dolhuys en overtuigd van onze vele, bijna eindeloze mogelijkheden.