Ik liep een paar dagen geleden een steile trap op in het museum. Het was de trap in de Kastenkamer die naar een kleine tussenverdieping leidt. Ik telde de treden; het waren er 13.
Deze steile trap in de Kastenkamer lijkt erg veel op een molentrap. Ik heb jaren lang gewoond en gewerkt in een grote 8 verdiepingen tellende windkorenmolen met vanzelfsprekend veel trappen en ik kan mij herinneren dat ik daar ook vaak de treden telde.
Waarom telde ik toentertijd de treden? Tik van de molen? Zoeken naar ritme, naar kadans bij de zoveelste krachtinspanning om met een baal meel zo’n trap te beklimmen? Hoe dan ook, nu in 2010 tel ik dus nog steeds treden.
Er komt een herinnering bij me boven; of moet ik zeggen ‘beneden’? Veel van mijn herinneringen zitten diep weggeborgen. In mijn bovenkamer ga ik dan ook maar een treetje naar beneden.
Als ik een trap bestijg, tel ik de hoeveelheid omhooggaande bewegingen van mijn benen. Ik tel dus eigenlijk de keren dat ik een voet optil en neerzet. Bouwkundig gesproken tel ik de optreden.
Als ik een trap afga, tel ik de aantreden, het deel van de trap waar ik mijn voet op zet.
Lang geleden heb ik blijkbaar met mijzelf afgesproken dat ik de laatste stap op de grond niet meetel , omdat ik de vloer niet als traptrede beschouw. Maar met deze bijzondere manier van tellen is de opgaande telling altijd 1 tel meer dan de neergaande telling. Da’s raar, dat klopt niet en toch berust ik al decennia lang in deze innerlijke discrepantie…
Het museumcomplex bestaat uit veel verschillende bouwdelen, die in de afgelopen eeuwen aan elkaar zijn gekoppeld. Je kunt nu, in 2010, trappen bestijgen, over zolders lopen en elders in het museumcomplex, via andere trappen weer afdalen. Zouden de trappen aan de ene zijde van het gebouw evenveel treden hebben als de trappen aan de andere zijde van het gebouw? Interessant om eens uit te zoeken denk ik. Belachelijk, denk ik direct daarna; Marcel, ga je eens even nuttig maken en je bezig houden met echt wereldse zaken.
De gedachte heeft zich echter genesteld in mijn bovenkamer en als ik al een trede zie in het Dolhuys stel ik mijzelf opnieuw de vraag. Ik geef mij over aan dit (totaal nutteloze?) onderzoek en begin te tellen. Vanuit de blauwe gang ga ik de trap op richting kantoren . 24 treden omhoog, 4 treden naar beneden (eigenlijk 5) en nog eens 13 treden omhoog en ik sta op de Loopershuyszolder. Totaal tel ik 32 treden omhoog.
Via de Zorgzaalzolder ga ik naar beneden; eerst 2 treetjes omhoog, dan 32 treden (eigenlijk 33) naar beneden. Totaal 31 treden. He, er zit een verschil in van 1 tree. Hoe kan dit? Zijn de treehoogtes zodanig verschillend van maat, dat dit 1 tree scheelt? Of staan de gebouwen scheef, waardoor je aan een zijde van het pand een tree extra nodig hebt? Of loopt de grond, waarop het Dolhuys is gebouwd op of af in een lichte helling? Opnieuw bruist en borrelt het in mijn bovenkamer. Verder onderzoek is nodig!!
Ik sta op de stoep van de Schotersingel voor de ingang van het museum. Ik loop buitenom, via het Dodenlaantje richting café. Aangekomen bij het terras heb ik geconstateerd dat ik op deze route geen enkele opstap of verhoging ben tegengekomen.
Nu ga ik binnendoor terug via het café, de receptie richting stoep. Eerst neem ik 3 treden om het café binnen te kunnen komen. Bij de doorgang van café naar museum is een stalen hellingplaat aangebracht die ik reken als 1 tree naar beneden. Via de test-je-zelf ruimte en zorgzaal kom ik bij de lockers en ook daar ligt een stalen hellingplaat die ik beschouw als 1 tree. Ik ben verder geen niveauverschillen meer tegengekomen als ik weer terug ben op de stoep voor de ingang van het museum. Opgeteld en afgetrokken (3 min 1, min 1) kom ik uit op 1 treehoogte verschil tussen voor en achterzijde van het complex, terwijl je deze ene tree niet tegenkomt als je buitenom loopt. Hmm, interessant! Interessant ?? Wat kan ik eigenlijk met deze informatie?
Ik kan mijn onderzoek, mijn tellingen, verder uitbreiden; via de Kastenkamer naar de Loopershuyszolder en deze telling vergelijken met de telling als ik via de kantoren boven de receptie/winkel weer naar beneden afdaal.
Maar……………. is het niet eens verstandig als ik al deze gedachten deel met iemand, zodat er tegen mij gezegd kan worden; “Marcel, ga eens even zitten. We moeten eens even samen praten……..hoe voel je je? Gaat het wel goed met je?”
Heeft dit alles zin?
Het heeft zin denk ik, als het wat oplevert. Maar wat kan het opleveren? Plezier misschien? Of geld? Of beide!
Alle traptreden van het Dolhuys opgeteld zijn het er 268 (inclusief de sporten van de laddertjes in de kapeltoren) .
Wie houdt mij tegen? Wie zegt nu tegen me: “Marcel, hou op met tellen!!!….. “
Gemiddeld is een optrede 19 cm (=hoogte van een tree). 19 cm x 268 treden = 51 meter. Dat is een torenflat van 17 verdiepingen. Daar kunnen we een spannende activiteit omheen organiseren, toch ?
Hardlopen is booming. Dus naast de Trosloop, City-pier-cityloop, etc., etc. , is er vast behoefte aan meer, aan anders. Ja, wij gaan de indoor –doldwaze-dolhuystrappenloop organiseren. Ik zie het fraaie parcours al voor me: kruislings door het museum en over de zolders, schoenen uit in de regentengang, trappetje op, checkpoint in de regentenkamer, via andere trappetje er weer uit, lunchpakketje ophalen in de kelder onder de Kastenkamer, via de Parkzaal, door de binnentuin, door het Kreatief Atelier, en ga zo maar door………..
En binnenkort een uitbreiding richting Bovenkamer. Klunend over het terras zullen de indoor-lopers nog een parcoursje kunnen lopen van 47 treden.
47? Hoe heb ik de treden geteld, opgaand of neergaand? Het zijn 4 trappen, dus kunnen het ook 43 treden zijn. Dit vraagt om nader onderzoek…………………
Marcel